

A. Inrichting eerste jaar
B. Excellentie
C. Onderzoek in de bachelor
D. Aansluiting
A. Brede bachelor
B. Doorstroom en zij-instroom
C. Diverse studentenpopulatie
D. Matching
Wil den Harder, Erasmus Universiteit Rotterdam
De Erasmus School of Law (ESL) is een grote faculteit met een jaarlijkse instroom van circa 750 studenten. In 2005 werd een begin gemaakt met een vernieuwingsbeleid voor het bacheloronderwijs, gericht op activering, differentiatie, kwaliteitszorg en innovatie. In september 2008 werd een ingrijpende curriculumherziening in gang gezet, die moet leiden tot meer kwaliteit en rendement. De massaliteit van en de vrijblijvendheid in het onderwijs worden onder meer doorbroken door kleinschalig vaardighedenonderwijs verplicht te stellen. Na bijna twee jaar is een tussenstand op te maken.
Ans Huurman, Hogeschool Rotterdam
In 2008 is de Hogeschool Rotterdam gestart met het programma ‘Studiesucces voor iedereen’, een samenhangende set maatregelen om de instroom, doorstroom en uitstroom van studenten te bevorderen, de uitval te beperken en – derhalve – het rendement te verhogen.
Daarnaast is het van belang, juist in relatie tot de demografische situatie in de regio, om studenten die wellicht niet vanzelfsprekend de weg naar het hoger onderwijs vinden kansen te bieden op een succesvolle entree en doorstroom in een HO-opleiding. Bovendien vraagt de arbeidsmarkt in Rotterdam en omgeving om een grote toestroom van hoger opgeleiden.
Het programma ‘Studiesucces voor iedereen’ is voor het overgrote deel gericht op het eerste studiejaar, de periode daar direct aan voorafgaand en de zomer na het eerste jaar: van begeleiding bij studiekeuze, startgesprekken voor alle instromende studenten en summerschool, begeleiding en extra ondersteuning gedurende het cursusjaar tot crashcourses na jaar één voor het behalen van de propedeuse. De Hogeschool Rotterdam voert daarbij een inclusief beleid: alle studenten van welke achtergrond dan ook die dat nodig hebben, krijgen een extra duwtje in de rug. In 2009 is het gehele pakket van maatregelen hogeschoolbreed in werking getreden.
Sleutelwoorden van het programma Studiesucces zijn:
Joop Vianen, Universiteit van Tilburg
In deze workshop zal ingegaan worden op de programma’s die op de UvT zijn of worden ontwikkeld voor studenten met een wetenschappelijke ambitie en voor hen die een maatschappelijke carrière ambiëren. In het bijzonder komen aan de orde het Outreaching programma (Sirius) gericht op toekomstig leiderschap en het Ondernemerschapsprogramma dat de carrièreoptie van het ondernemerschap belicht.
Trijnie Faber, Programma Sirius Hanzehogeschool Groningen
Lammert Tiesinga, Hanzehogeschool Groningen
In haar strategie voor de komende jaren koppelt de Hanzehogeschool Groningen excellentie nadrukkelijk aan kwaliteit en plaatst de hogeschool excellentie in de dagelijkse praktijk van onderwijs en onderzoek. Een divers aanbod van excellentieprogramma’s is erop gericht studenten uit te dagen en een ambitieuze studiecultuur te creëren. De 19 ’schools’ van de Hanzehogeschool Groningen richten elk op hun eigen wijze hun Ruimte voor Excellentie in. In deze workshop wordt ingegaan op het hoe en waarom van deze hogeschoolbrede aanpak.
Christiaan van den Berg, Vereniging van Universiteiten VSNU
Aan research intensive universities wereldwijd is het gebruikelijk dat studenten tijdens hun afstudeerfase zelfstandig wetenschappelijk onderzoek verrichten. De lengte en intensiteit daarvan varieert per wetenschappelijke discipline. In de afgelopen jaren is bij de Nederlandse universiteiten het besef gegroeid dat het verrichten van onderzoek door studenten ook in de bachelorfase moet plaatsvinden. In deze presentatie wordt dieper ingegaan op het belang van onderzoek in de bachelorfase, verrijkt met illustraties en concrete acties om dit belang te bevorderen. Zo wordt in VSNU-verband gewerkt aan een jaarlijks terugkerend evenement: de Student Research Conference.
Oscar van den Wijngaard, Universiteit Maastricht
Met het MARBLE (Maastricht Research-Based Learning) project, dat deels wordt gefinancierd vanuit het Sirius-programma, verkent Maastricht University de mogelijkheden om research-based learning op bredere schaal een plaats te geven in het reguliere bachelorcurriculum. Het richt zich daarmee in eerste instantie op de excellente student, maar uiteindelijk op een verdieping van de leerervaring van álle studenten. In het najaar van 2009 zijn de eerste projecten aan verschillende faculteiten van start gegaan. Hoewel het nog te vroeg is voor verregaande conclusies, biedt de conferentie een mooie aanleiding om terug te blikken. Na een kort overzicht van de opzet en invulling van MARBLE, zullen enkele statements worden gepresenteerd die als uitgangspunt kunnen dienen voor een discussie over zowel doelstellingen, als uitvoeringspraktijk.
Erik Jansen & Bernadette ter Heine Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
Een belangrijke doel van praktijkgericht onderzoek aan hogescholen is het dichten van het gat tussen wetenschap en beroepspraktijken. Sinds de inrichting van het lectoratenstelsel heeft dat onderzoek dan ook een hoge vlucht genomen en is het belang van onderzoek doen en onderzoeksvaardigheden in de opleiding tot hbo-bachelor steeds belangrijker geworden. Dit uit zich onder meer in het ontstaan van doorlopende leerlijnen onderzoek bij verschillende hogescholen.
In dit kader doen zich op de hogescholen met betrekking tot (leer)onderzoek door studenten twee vraagstukken voor. Het eerste vraagstuk is onderwijskundig-didactisch van aard: hoe faciliteer je dat professionals in opleiding onderzoekscompetent worden in zowel dienstverlening als professionalisering? Het tweede is veranderkundig van aard: hoe pak je het onderwijskundige vraagstuk aan in een organisatiecontext (zowel op de hogeschool als in het werkveld) die van oudsher geen onderzoekende cultuur kent?
In de presentatie wordt aan de hand van voorbeelden in het domein van de sociale studies ingegaan op bovenstaande vraagstukken en op de verhouding tussen beroepspraktijk en onderzoek in een competentiegericht hbo-bachelor curriculum. Ook wordt hierbij ingegaan op de rol van lectoraten en praktijkgerichte onderzoekers in het leerproces van studenten.
Ad van Hout, Radboud Universiteit Nijmegen
Frank Verhoeven, Hogeschool van Arnhem en Nijmegen
In de regio Arnhem-Nijmegen bestaat al meer dan 10 jaar het Platform VO-HO, een goed functionerend netwerk waarin 4 instellingen van hoger onderwijs en ruim 50 vo-scholen participeren. Twee van de vier deelnemende ho-instellingen (de RU en de HAN) informeren de ruim 50 scholen elk jaar over de studieresultaten van hun oud-leerlingen in het eerste jaar van de RU en HAN én over de oordelen van diezelfde oud-leerlingen over de aansluiting vwo-wo en havo-hbo. Op basis van deze ‘terugkoppeling’ worden met de scholen gesprekken gevoerd die bij de scholen in toenemende mate leidt tot het besef dat een hoog slagingspercentage bij het eindexamen niet zaligmakend is. Misschien wel een belangrijkere indicator voor de kwaliteit van de school is het succes, of het ontbreken daarvan, van hun oud-leerlingen in het vervolgonderwijs. In deze workshop willen we – na een korte introductie van het Platform VO-HO – samen met de deelnemers antwoorden proberen te vinden op vragen als: hoe ontwikkel je een structureel netwerk van het hoger onderwijs en het voortgezet onderwijs in een regio? En belangrijker nog: hoe hou je dat in stand? Welke actoren spelen daarbij een belangrijke rol? Wat komt er allemaal kijken bij een goed systeem van ‘terugkoppeling’? En hoe kan dat alles bijdragen aan meer studiesucces van studenten in de bachelorfase?
Bart van der Laar, Rijksuniversiteit Groningen
Wat is een voldoende studierendement in de bachelor? Is een uitval in het eerste jaar van 30% goed, of juist niet? Moet je kijken naar cursusrendement of naar diplomarendement? Dat zijn leidende vragen voor de rendementen voor de klassieke natuurwetenschappen die de streefcijfers voor studierendement niet halen. Instellingsbreed loopt aan de RUG een project Rendement en Studeerbaarheid, met een mix van maatregelen om het rendement te verhogen. In de sessie bespreken we de voortgang in het licht van de succesvolle brede bachelorprogramma's aan de faculteit Wiskunde en Natuurwetenschappen. 1. Wat zijn de voornaamste knelpunten die zorgen voor een te laag studierendement of te hoge uitval? Er wordt bijvoorbeeld gedacht aan: studiehouding studenten, zachtheid knip Ba-Ma, struikelvakken, bachelorscriptie etc. 2. Welke oplossingen bestaan er al om het studierendement te verhogen? En welke effecten mogen we verwachten en heeft dit effect gesorteerd (denk aan BSA).
Ria van der Lecq, Universiteit Utrecht
In 2004 is aan de Universiteit Utrecht de brede bacheloropleiding Liberal Arts and Sciences opgericht. De opleiding heeft o.m. tot doel om studenten met een brede belangstelling de kans te geven om al studerend hun talenten en interesses te onderzoeken. Na een eerste jaar waarin zij kennismaken met allerlei vakgebieden kiezen de studenten een specialisatie (major) in een van de vele bacheloropleidingen die de UU aanbiedt. In deze presentatie zal de vraag aan de orde komen wat de kansen en risico's zijn van een dergelijk convergent onderwijsmodel. Is dit model een oplossing voor het veel gesignaleerde probleem van studieuitval? En zo ja, zou het dan overal ingevoerd moeten worden? Zo nee, wat moet er dan gebeuren om dit probleem aan te pakken?
Wilfred Diekmann en Saskia Swart, Hogeschool van Amsterdam
Johan Post, Universiteit van Amsterdam
De Hogeschool van Amsterdam en de Universiteit van Amsterdam werken aan een zo soepel mogelijke doorstroom van studenten van HBO-Bachelors naar WO-masters. Waar het gaat om de doorstroom naar een aantal sociaal wetenschappelijke Masters kan in het laatste jaar van de HBO Bachelor sinds 2005-2006 de (door de Hogeschool van Amsterdam verzorgde) Doorstroomminor Sociaalwetenschappelijk onderzoek worden gevolgd. Deze methodologische training vervangt 30 ec van een aantal schakelprogramma's. Dit studiejaar wordt (binnen het laatste jaar van de HBO Bachelor) voor het eerst een schakelprogramma van 60 ec geboden waarbinnen na de doorstroomminor bovendien 30 ec disciplinaire kennis (verschillende varianten) wordt aangeboden door de Universiteit van Amsterdam. In de workshop komen aan de orde: de totstandkoming en vormgeving van het programma, om welke doorstroommogelijkheden het gaat en onder welke voorwaarden, de ervaringen en evaluatiegegevens en tenslotte de dillema's en vraagstukken die een rol spelen. De workshop wordt verzorgd door betrokkenen uit zowel HvA als UvA.
Sabine ter Steeg, Haagse Hogeschool
Wâtte Zijlstra, Haagse Hogeschool
De Haagse Hogeschool heeft als randstadhogeschool een zeer diverse studentenpopulatie. In deze workshop laten Sabine ter Steeg en Wâtte Zijlstra zien hoe De Haagse Hogeschool de afgelopen jaren hiermee is omgegaan. De aanpak kenmerkt zich vooral als pragmatisch, geredeneerd vanuit de ‘Pedagogy of excellence’. De ervaringen, positieve en negatieve, hebben geresulteerd in het huidige studiesuccesprogramma.
De fase waarin De Haagse Hogeschool nu zit is gericht op professionalisering en imbedding van alle (losse) activiteiten. Het G5-programma (*) biedt een sterke stimulans om deze volgende stap succesvol te maken. Kenmerken van het programma zijn: (1) inclusieve benadering van studenten, (2) Pedagogy of excellence en tastbaar voor studenten, (3) sterke verbinding met specifieke situatie opleidingen, (4) ketenbenadering, (5) analyse en monitoring en (6) kennis delen.
Aan het begin van de workshop worden de vragen van de deelnemers geïnventariseerd. Mede op basis van de ervaringen met het studiesuccesprogramma zullen deze worden beantwoord. Sabine en Wâtte geven een korte presentatie over het studiesuccesprogramma van De Haagse en de uitgangspunten. Het zal blijken dat binding een grote rol speelt in alle interventies, maar de vraag is of op een goede manier omgegaan wordt met binding. Uit onderzoek blijkt dat wij goed in staat zijn om binding te creëren op basis van de studiekeuze en de interesses van de studenten, maar dat wij minder goed zijn in het creëren van binding met de leeromgeving. Hoe gaat De Haagse daarmee om en wat zijn de ervaringen van de deelnemers? Tijdens de workshop zullen ook enkele studenten aanwezig zijn die hun ervaringen hiermee in zullen brengen.
(*) G5-programma is opgezet met de stimuleringsgelden van het ministerie om het studiesucces van studenten van niet-westerse origine te verbeteren.
Anita de Vries, NOA
Elk jaar beginnen veel studenten met enthousiasme aan een opleiding. Echter, volgens cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek blijkt dat slechts 56 procent van de hbo-studenten na vijf jaar studie een diploma heeft. Uitval onder studenten is dan ook hoog. Het is daarom van belang te onderzoeken welke factoren van invloed zijn op studieprestatie en uitval. Met behulp van deze kennis kan het hoger onderwijs de studieprestatie van studenten verhogen en de kans op uitval verlagen door bijvoorbeeld een intake assessment of een begeleidingstraject voor eerstejaarsstudenten in te zetten.
In het huidige onderzoek ligt de focus op persoonlijkheid als voorspeller van studieprestatie en contraproductief studiegedrag. Daarnaast wordt gekeken naar andere factoren die belangrijk kunnen zijn voor het succesvol doorlopen van een studie op hoger niveau: capaciteiten, motivatie, en competenties.
Hans Romkema, Universiteit Twente
Eerstejaars lezen in het eerste semester een wetenschappelijk artikel, vervolgens interviewen ze de auteur. Deze auteur is tevens docent of AIO in de afdeling waar deze studenten studeren. Ze stellen vragen over de inhoud van het artikel, over de toegepaste onderzoeksmethoden, over de rol van de onderzoeker en over de stappen die leidden tot een presentatie van de resultaten. Dit is een van de onderdelen van een nieuw vak in de bacheloropleiding Technische Informatica aan de Universiteit Twente, in een ander onderdeel maken de studenten kennis met de beroepspraktijk. De doelen van het vak zijn het bevorderen van de academische integratie en het ontwikkelen van een perspectief op de (studie)loopbaan. Studenten schrijven in een reflectieverslag wat de opgedane kennis over de wereld van informatica voor hen betekent. De verwachting is dat studenten meer doelgericht en gemotiveerd verder studeren. Zeker is dat dit vak invloed heeft op beslissingen om de studie te staken.
Algemene voorwaarden / Privacy Statement / Disclaimer / Copyright 2010